In de Lensli Academy informeren we regelmatig over praktijksituaties die we in de sector tegenkomen, vertellen we over in de praktijk verkregen inzichten, geven we je teelttips én delen we onze kennis over andere interessante substraat-gerelateerde zaken.

Academy – Veenarm en veenvrij substraat: wat betekent dat voor mij?

De regels met betrekking tot substraat worden verder aangetrokken onder druk van de markt. Onder andere Engeland scherpt de regels voor substraat aan per 1 januari 2026. De eis? Geen veen meer in het substraat, maar alleen nog substraten op basis van meer circulaire, hernieuwbare grondstoffen. Ook in de aanbodkant van grondstoffen zijn veranderingen merkbaar en staan we voor de nodige uitdagingen. Op dit moment is er minder veen ter beschikking; zo is bijvoorbeeld Ierland gestopt met de veenwinning. Als antwoord op deze ontwikkelingen en toekomstige trends heeft Lensli de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgedaan met het telen in veengereduceerde en veenvrije substraten.

Wat maakt substraat duurzaam?
Iedereen heeft hier zijn gedachten bij. Veelal wordt hierbij gedacht aan veenarm of veenvrij substraat, maar feitelijk gaat het nóg een stapje verder. Hoogstwaarschijnlijk moet er op den duur ook gebruik worden gemaakt van recyclebare grondstoffen, bijvoorbeeld compost. Het uiteindelijke doel van een duurzaam substraat is immers de CO2 besparing die het teweegbrengt.

Veenvervangers
Er zijn 3 grote productgroepen om het veen te vervangen. Dat zijn houtproducten (bark en houtvezel), compost en uiteraard kokos. Daarnaast zijn er nog wat andere mogelijkheden zoals bijvoorbeeld perliet, rijstkaf of puimsteen, maar dat zijn producten die met relatief veel kleinere hoeveelheden worden ingemengd.

Waar dient een kweker bij gebruik van substraten met circulaire en hernieuwbare bestanddelen rekening mee houden?
Veen heeft een paar eigenschappen die het kweken relatief makkelijk maken. Zo heeft veen een buffer waarmee het goed water en voeding vast kan houden. Veen heeft feitelijk alles in zich om een plant goed te laten groeien. Bij veenvervanging – en reducering gaan we deze mooie eigenschappen missen. Lensli heeft de afgelopen jaren heel veel onderzoek verricht naar de (on)mogelijkheden van veenarme en veenvrije substraten.

Onze ervaringen
Vanuit deze ervaringen kunnen we de volgende zaken aanduiden, waarmee een kweker rekening dient te houden zodra een veenarm of veenvrij substraat in overweging genomen wordt:

Water-en voedingsbuffer
Het allereerste waar rekening mee gehouden dient te worden is de minder buffer voor water en voeding in een veenarm of veenvrij substraat. Zorg ervoor dat planten apart te behandelen zijn, want, in vergelijking met een veenhoudend substraat, is er gemiddeld ongeveer 35% meer water en voeding nodig.. Met dit gegeven dient bij de startbemesting al rekening mee gehouden te worden. Grondstoffen in een veenarm of veengereduceerd substraat onttrekken namelijk relatief meer stikstof en dat moet gecompenseerd worden. Wordt dat niet gedaan, dan heeft men al snel na de start gele planten, die tijdens de teelt maar moeilijk op kleur te krijgen zijn.

Lastige pH sturing
De sturing van pH is lastiger met een veenarm of veenvrij substraat. Door de grondstoffen die als veenvervanging worden ingezet, beweegt de pH zich vrijwel altijd boven de 6.0. Daarom moet bij de bemesting van het nieuwe substraat rekening worden gehouden met de inbreng en onttrekking van nutriënten door de veen vervangende componenten. Sommige grondstoffen zoals bijvoorbeeld compost brengen nutriënten met zich mee zoals bijvoorbeeld Kalium en mangaan, andere zoals bijvoorbeeld houtvezel onttrekken weer nutriënten zoals bijvoorbeeld stikstof. Ook kan het handig zijn om de sporenmix onder de loep te nemen. Waar hebben we al genoeg van vanuit de inbreng van grondstoffen, en waar komen we tekort ? Ook het gebruik van een ander ijzer chelaat kan aan te raden zijn.

Sommige grondstoffen en toevoegingen verhogen de pH stevig, zoals compost en klei. En combinatie van deze is dan ook vaak niet nodig. Het doseren van kalk ten behoeve van de pH in de potkluit ligt meestal stukken lager in veenvrije mengsels, of is zelfs niet nodig.
Voor het compenseren van de stikstofimmobilisatie die sommige grondstoffen met zich meebrengen adviseren wij meestal kalksalpeter. Dit omdat het direct werkt en ook nog opneembare calcium inbrengt.

Het is altijd van belang goed te kijken welke hoofd en sporen elementen er in het wateroplosbare gedeelte van het substraat aanwezig zijn voor de plant. Dit kan goed via een hoofd en sporen analyse bij bijvoorbeeld Eurofins. Zolang de balans van de elementen juist is, kunnen veel gewassen zich ook bij een hogere pH prima ontwikkelen. Overleg met je Lensli accountmanager of productmanager wat handig is in je eigen situatie.

Meer achtergrondinformatie in onze kennisbank 
Veenvrije en veenarme substraten zijn gevoelig voor sapotrofe schimmels. Op onze kennisbank kan je verder lezen over deze schimmels en hoe ermee om te gaan. Klik hier om naar dit item te gaan.

Door gebruik van compost kan het substraat gaan “broeien”. De temperatuur van het substraat kan hierdoor gaan oplopen. Wat dit concreet betekent kan je hier verder lezen op onze kennisbank.